Matchis headerafbeelding Matchis headerafbeelding

Doneren met een naaldenfobie: “Als zelfs ík het kan, dan kunnen vele anderen het vast ook!”

Regelmatig komen er vragen binnen van mensen die twijfelen om donor te worden omdat ze angstig zijn voor naalden. Een zeer terechte vraag, want bij stamceldonatie ontkom je niet aan het gebruik van naalden. Ook voor de Anna was de angst voor naalden een reden voor twijfels over stamceldonatie. Totdat haar moeder plotseling ziek werd.

Anna: “In december 2019 kreeg mijn moeder te horen dat zij een zeldzame vorm van bloed- en beenmergziekte heeft, genaamd myelofibrose (MF). Dat was natuurlijk een enorme schok voor de hele familie. Al snel werd duidelijk dat de enige mogelijkheid voor genezing een stamceltransplantatie zou zijn.

Een wonder

Vanuit het ziekenhuis werd eerst gekeken of Anna’s ooms en tantes een geschikte donor voor haar moeder zouden zijn. Toen dit niet het geval bleek, werd er verder gezocht in de wereldwijde databank met geregistreerde stamceldonoren. Anna: “Zelf kwam ik tijdens dat proces erachter dat er in Nederland nog veel te weinig mensen geregistreerd staan als stamceldonor en dat er nog steeds niet voor iedere patiënt op tijd een goede donor beschikbaar is. Ik had er eerder nooit over nagedacht om zelf donor te worden; voornamelijk omdat ik een erge naaldenfobie heb en vrijwel alle medische ingrepen heel spannend vind. Nu voelde ik alleen de angst dat er geen goede match gevonden zou worden in de databank. Helaas bleek die angst terecht: er zat voor mijn moeder geen match tussen.”

In de tussentijd werden ook de kinderen (Anna en haar broertje en zus) getest om te kijken of zij eventueel een match zouden zijn. Anna: “Die kans was heel erg klein, maar toch gebeurde het onverwachte en kwamen we in een wonderlijke situatie terecht: ik werd gebeld met het nieuws dat ik de geschikte donor was voor mijn moeder! Het gevoel van blijdschap en opluchting overheerste, maar ik begon ook al vrij snel een angstig gevoel te krijgen. Natuurlijk ging het om mijn moeder, dus twijfelde ik er geen seconde over om te doneren, maar mijn naaldenfobie zou niet zómaar weggaan.”

Anna's moeder Anna's moeder

Naaldenfobie

De angst voor naalden maakt dat Anna vanaf het begin erg zenuwachtig is: “Ik weet nog dat ik bij de eerste keer bloedprikken (ik moest een medische keuring ondergaan vóór het doneren) bijna flauwviel, omdat ik er zó tegenop zag”, vertelt ze. “De verpleegkundige was heel lief en gaf me de waardevolle tip om altijd van tevoren mijn naaldenfobie door te geven. Op deze manier kunnen ze er rekening mee houden, bijvoorbeeld door je af te leiden en gerust te stellen, of door het prikken liggend te doen. Dat heeft mij echt geholpen.”

Toen Anna uiteindelijk medisch goedgekeurd was, begonnen de mentale en fysieke voorbereidingen voor de donatie. Anna: “Ik ontdekte dat er veel onwetendheid is over stamceldonatie. Ik dacht zelf altijd, en ik denk dat er meer mensen zijn die dit ook denken, dat je voor een stamceldonatie geopereerd moet worden, maar dat is niet het geval. Bij mij werden de stamcellen via mijn bloed afgenomen. Ik kreeg in de week voor de stamcelafname een aantal injecties om de groei van mijn stamcellen te stimuleren. Op de dag van de afname werd er via één arm bloed afgenomen waarbij een apparaat de stamcellen uit het bloed haalt. De rest van je bloed stroomt via de andere arm weer terug je lichaam in.

Een leven redden

Aan de het gebruik van naalden valt bij een stamceldonatie dus niet te ontkomen. Anna: “Ik werd heel goed voorbereid en wist dus ook van tevoren dat er veel naalden bij zouden komen kijken. Het was fijn dat ik precies wist wat me te wachten stond, maar dat maakte het natuurlijk niet minder eng. Bij het bloedprikken en die injecties de week van tevoren kreeg ik het elke keer nog wel warm, maar merkte dat mijn angst steeds wat minder werd. Het idee dat het steeds om ‘slechts’ een kort moment ging en dat ik er daarna alweer vanaf zou zijn, samen met de overheersende gedachte dat ik hiermee een leven – of het nou om mijn eigen moeder gaat of om het leven van een ander – zou kunnen redden, trokken mij er doorheen.”

Het helpt Anna dat ze van dichtbij ziet waar ze het voor doet. Maar dat doet haar ook beseffen dat er nog veel meer mensen zijn zoals haar moeder, die afhankelijk zijn van een stamceldonor. Anna: “Ik weet dat het niet altíjd goed is om te relativeren, maar wat zijn nou die kleine prikjes vergeleken met de pijn en strijd die mijn moeder of een andere zieke patiënt moet doorstaan? De ingreep zelf viel mij persoonlijk uiteindelijk heel erg mee. Het zetten van de naald(en) in het begin was even spannend, maar ook die korte momenten gingen al snel voorbij en de specialisten (zowel vanuit Matchis als het ziekenhuis) weten zo’n naald snel, goed en vrijwel pijnloos te zetten.”

Anna op de dag van haar donatie Anna op de dag van haar donatie

Als ík dit kan, kunnen vele anderen dit ook

Anna deelt graag haar eigen ervaring omdat ze zich kan voorstellen dat het prettig is om ervaringen te lezen van mede-naaldenhaters. Anna: “Bij mij gaat het natuurlijk om mijn eigen moeder en ik denk dat de meeste mensen in mijn plaats hetzelfde hadden gedaan, maar het idee dat er een moeder (of familielid, vriend, dierbare) van iemand anders het geluk niet heeft dat er een geschikte donor is, maakt mij erg verdrietig. Bij mijn eigen moeder is de stamceltransplantatie helaas niet goed (genoeg) gegaan, waardoor ik drie maanden later een tweede keer het proces ben ondergaan en opnieuw mijn stamcellen aan haar heb gedoneerd.”

Ook de tweede keer worden de stamcellen bij Anna uit haar bloed gefilterd. “Mijn angsten waren natuurlijk niet weg”, vertelt Anna, “maar wel een stuk minder. Ik wist nu namelijk wat ik kon verwachten en, hoe onprettig ook, ik wist dat het voor mij enkel momentopnames zouden zijn en dat ik geen langdurige pijn zou hebben. Mijn eigen ervaring heeft me doen beseffen dat als zelfs ík, met al mijn angsten, het zelfs twee keer kan, ik zeker weet dat vele anderen met een angst voor naalden dit ook kunnen. Natuurlijk ervaart iedereen dit op zijn eigen manier, maar ik hoop dat ik door het delen van mijn verhaal mensen kan laten inzien dat het uiteindelijk wel meevalt en dat je veel meer aankunt dan je wellicht denkt. Hoe mooi is het als je met jouw gezonde stamcellen iemand anders een leven kunt geven?”

Anna en haar moeder Anna en haar moeder

Onze website maakt gebruik van cookies om het gebruik en functionaliteit te waarborgen. Meer informatie hierover vindt u op onze cookie instellingen pagina.

OK