Matchis headerafbeelding Matchis headerafbeelding

“Stamceldonatie laat zien wat voor mooie en bijzondere dingen je kunt bereiken door elkaar te helpen”

Dat een stamceltransplanatie je leven voorgoed kan veranderen, daar weet Bernhard alles van. Dankzij de stamcellen van zijn zus, leeft hij nog. Lees hier zijn aangrijpende verhaal.

“We waren met ons gezin op een rondreis door Amerika en Canada. Het was tijdens deze reis dat ik erachter kwam dat ik steeds heel snel buiten adem was. Daarnaast zat ik onder de blauwe plekken, die ik niet kon verklaren. Direct toen ik weer in Nederland was, ben ik langs de huisarts gegaan om bloed te laten prikken. Een uur later stond hij bij me op de stoep. Toen wist ik: het zit niet goed. 

De diagnose AML (Acute myeloïde leukemie) kwam voor ons gezin echt als een donderslag bij heldere hemel. Mijn zoontje was toen 2, mijn dochtertje 4. Hoe ga je dat uitleggen? We hebben bewust nooit tegen ze gezegd: ‘Het komt wel goed’, dan zouden we niet eerlijk zijn. Maar we hebben altijd geprobeerd om positief te blijven. 

Toen bleek dat de eerste chemokuur niet aansloeg, werd al snel duidelijk dat er een stamceltransplantatie nodig zou zijn. Mijn broers en zussen werden getest en tegelijkertijd werd een zoektocht gestart in de wereldwijde donorbank. Er stonden toen nog veel minder donoren geregistreerd, dus dat was wel heel spannend. Gelukkig bleek mijn zus een match te zijn. Ook voor haar was dit een enorme opluchting. Ze vond het heel fijn dat ze ook écht iets kon doen om te helpen.  

De stamceltransplantatie heeft mijn leven voorgoed veranderd. Grotendeels in positieve zin. Dankzij de stamcellen van mijn zus ben ik er nog. Heb ik mijn kinderen zien opgroeien, heb ik een toekomst gekregen. Aan de andere kant heb ik helaas ook vervelende gevolgen van de transplantatie waar ik nu, tien jaar later, nog steeds veel last van heb. Na de stamceltransplantatie zijn de donorcellen mijn eigen lichaamscellen als ‘vijand’ gaan zien en zijn ze mijn lichaam gaan aanvallen. Mijn afweersysteem is daardoor heel erg verzwakt en ook mijn longen en ogen zijn daardoor aangetast.  

Aan de ene kant zie ik een stamceltransplantatie als een wondermiddel. Dankzij deze transplantatie ben ik er nog, het heeft letterlijk mijn leven gered. Maar tegelijkertijd is het ook een enorme aanslag op je lichaam en zijn er heel veel dingen die ik nu niet meer kan. Daar heb ik het soms wel heel moeilijk mee. Ik kan bijvoorbeeld niet even een potje voetballen met mijn kinderen, ik kan geen sport beoefenen, niet meer normaal werken. Gelukkig wordt er heel veel onderzoek gedaan en zijn ze nu al zo veel verder dan toen ik 10 jaar geleden getransplanteerd werd! 

Als ik soms verhalen van patiënten hoor die er weer helemaal bovenop zijn gekomen, voel ik wel een klein beetje jaloezie. Maar het heeft voor mij ook veel deuren geopend. Voordat ik ziek werd werkte ik meer dan 40 uur per week. Nu leef ik veel minder gejaagd. Ik werk minder, ben meer gaan reizen. Het leven is een stuk onzekerder geworden en dat maakt het moeilijk om dingen te plannen. Het klinkt misschien cliché maar daardoor geniet ik nu wel veel meer van de dingen die ik wel kan. Ik ben elke dag dankbaar voor de nieuwe kans die ik heb gekregen.  

Ik vind het heel bijzonder dat stamceldonatie mogelijk is. Het is een manier waarop we elkaar kunnen helpen in het leven. Het kan iedereen overkomen, de wereld is niet altijd eerlijk. De ingreep voor de donor is relatief klein, maar wat je er een ander mee geeft is enorm groot. Stamceldonatie laat zien wat voor mooie en bijzondere dingen je kunt bereiken door elkaar te helpen.” 

Onze website maakt gebruik van cookies om het gebruik en functionaliteit te waarborgen. Meer informatie hierover vindt u op onze cookie instellingen pagina.

OK